zondag 4 september 2011

Friesland: de Friese geboortelepel, de historie (bijgewerkt 13-10-2017)

Oorsprong van de Friese geboortelepel

Het woord geboortelepel is nog niet heel oud. Het zou voor de eerste keer genoemd zijn in Waling Dijkstra’s Uit Frieslands Volksleven. De term dateert uit de tweede helft van de 19de eeuw; voorheen werd volstaan met de aanduiding zilveren lepel. Het fenomeen op zich dateert echter al van eeuwen her. Met het fenomeen bedoelen we dan een zilveren lepel met een inscriptie die betrekking heeft op de geboorte van een kind.

Naast deze geboortelepels bestaan er ook zilveren lepels met inscripties die verwijzen naar andere gebeurtenissen, zoals huwelijken en huwelijksjubilea, tochten over het ijs, dank voor bijzondere prestaties, het verlenen van diensten, en overlijdens en begrafenissen. Deze vallen echter buiten het bestek van dit verhaal. Verder beperken we ons hier tot die lepels waarvan de inscriptie betrekking heeft op een geboorte van voor 1811.

De gewoonte van ouders of andere familieleden een kind bij de geboorte een geschenk te geven is al heel oud. Ook de lepel als geschenk heeft een lange traditie die zeker teruggaat tot de zestiende eeuw. Volgens Klijn’s Oude zilveren lepels dateert de oudst bekende lepel met geboorte-inscriptie uit 1578. Het gaat om een lepel uit Engeland.

Ook uit andere landen zijn dergelijke lepels bekend en in Nederland vinden we ze naast Friesland ook in Groningen en Holland. We hebben dus niet te maken met een zuiver Fries fenomeen, maar wel is het zo dat de traditie echt tot bloei komt in Friesland. Een opvallend verschil met die uit Friesland is wel dat lepels van buiten Friesland zelden inscripties hebben, en als ze die al hebben zijn deze vrijwel altijd zeer beperkt, vaak alleen in de vorm van initialen.

Vanaf de laatste helft van de zeventiende eeuw zijn bij ons inmiddels de teksten van honderden geboortelepels bekend. Sinds het jaar 2002 zijn wij bezig geweest een bestand aan te leggen van geboortelepels die een inscriptie bevatten met een geboortedatum van voor 1812. Inmiddels telt dit bestand 956 stuks.

Bij de registratie van de items doen zich een aantal problemen voor:
  • De lepel kan veel later gemaakt zijn dan de geboortedatum aangeeft.
  • De lepel kan veel eerder gemaakt zijn dan de geboortedatum aangeeft; er is dan sprake van hergebruik van oude lepels, hetgeen veelvuldig voorkomt.
  • De maker, de zilversmid, is soms niet te achterhalen.
  • Het jaar waarin de lepel gemaakt is, laat zich meestal slechts bij benadering vaststellen.
  • De betrokken perso(o)n(en) zijn niet altijd terug te vinden (ongeveer 7 procent van de gevallen).
  • Soms zijn inscripties vrijwel geheel of gedeeltelijk bewust verwijderd of is de inscriptie weggesleten.
Voor de leeftijd van de lepel zijn we hier gemakshalve uitgegaan van het geboortejaar van de vermelde persoon in de inscriptie, hoewel dat dus lang niet in alle gevallen klopt. Waling Dijkstra vermeldt al dat de lepels bij de geboorte of ook wel later bij de verjaardag van een oom of tante, grootouders of ouders cadeau gegeven werden.

Geboortelepels komen voor als zilveren eetlepels die van een inscriptie zijn voorzien. De meeste hebben echter de vorm van een sierlepel, die voor regelmatig gebruik niet praktisch is. Deze sierlepels hebben veelal een zogenaamde gevlochten steel, waarbij het lijkt alsof twee staafjes zilver in elkaar gevlochten zijn. Op deze stelen zijn de zogenaamde steelbekroningen aangebracht.

Vanaf het begin tot ver in de achttiende eeuw gaat het daarbij om zinnebeeldige- en bijbels geïnspireerde voorstellingen, later komen er ook voorstellingen met menselijke activiteiten zoals beroepen bij. Ten slotte komt er een groep steelbekroningen voor die slechts een decoratieve betekenis lijkt te hebben. In tegenstelling tot de negentiende eeuw en later lijkt er doorgaans geen direct verband te bestaan tussen de aard van de steelbekroning en de achtergronden van gevers en ontvangers.

Bij het hergebruik van oudere lepels, zoals bij voorbeeld van lepels die door gilden in bepaalde gevallen werden uitgedeelde aan de gildebroeders, kan dit door toeval wel het geval zijn. Zo zijn er bijvoorbeeld sierlepels met als steelbekroning een timmerman en een bakker bekend, die door een timmerman resp. een bakker geschonken zijn bij geboorten. In deze gevallen is de inscriptie wel secundair c.q. van later datum.

Traditie begint in de laatste helft van de zeventiende eeuw

Er is wel verondersteld dat de traditie van het geven van geboortelepels met inscriptie ergens in de zeventiende eeuw begonnen zou zijn.

Op basis van onze gegevens kunnen we een grafiek maken van het aantal per decennium over de beginperiode tot en met 1810.



De oudst bekende lepel waarvan we de inscriptie helemaal hebben, is die van Jan Pieter Oldaans uit Harlingen:

J.P. Oldaans de oude is geboren den 27 febru.1632 de jonge den 23 now. 1700

De volgende komt uit Wons, van Trijntje Jacobs Abbema:

Trijntie Jacobs dochter is gebooren den 21 febrij 1646

Hoewel een aantal van de oudere lepels (gebaseerd op het geboortejaar van de betrokkene) met zekerheid eerst veel later gemaakt is, lijkt het aannemelijk te stellen dat de traditie eerst echt in de laatste helft van de 17de eeuw begonnen is. We zien vanaf dan een steeds sterkere toename.

Verspreiding vanuit het westen van Friesland

Als we naar de eerste 70 jaar kijken, de periode van 1631-1700, dan komen bijna alle lepels uit het westen van Friesland.


Pakken we de periode 1700-1750 erbij, dan zien we een langzame verspreiding naar het oosten en noordoosten, maar een duidelijk zwaartepunt in het westen. Bekijken we ten slotte de totale periode 1631-1810, dan zien we nog steeds hetzelfde beeld, het zwaartepunt ligt in het westen van Friesland:
Met name de grote aantallen in Wonseradeel en Wymbritseradeel zijn opvallend, respectievelijk 153 en 82 stuks. In de gehele periode vinden we niet of nauwelijks geboortelepels in de Friese Wouden, op de Friese eilanden of in de Stellingwerven.

Relatie met godsdienst

Er is wel gezegd dat geboortelepels vooral in doopsgezinde kringen gangbaar zouden zijn geweest (relatie met het niet dopen op jonge leeftijd?). We vinden dit evenwel niet terug als we naar de percentages kijken, ook niet als we de percentages per decennium bekijken.

Gevers

Wie de lepels gegeven hebben is meestal niet bekend. Een enkele keer wordt het op de lepel vermeld. Zoals op de lepel van Wiebe Buma uit Leeuwarden:

Wiebe Bernardus Buma
Natus den 18 augustus 1763
Van over groot vader Marten Broers Mercator
En overleden den 8 october 1764


Of die van Jantje Foppes Wiersma uit Goinga, met de initialen van haar grootouders Harmen Rienks en Jantje Foppes. Kennelijk is de lepel eerder als huwelijkslepel gebruikt:

H R
J F
1782
Jantje Foppes Wiersma is geboren den 25 september 1800


Een enkele keer is de lepel ook vaker gebruikt. Dan is de lepel bij voorbeeld zowel gebruikt voor de grootmoeder als de kleindochter:

1729 den 17 maart is gebooren Aafke Sybrens

1783 den 7 januari is gebooren Aafke Sybrens

Geslacht

Op dit punt was de emancipatie al volkomen: van de 1065 personen zijn er 542 man en 512 vrouw; van negen personen is het geslacht ons onbekend. Weliswaar is het zo dat er de eerste periode iets meer lepels naar jongens dan meisjes gingen. Conclusies zijn hier niet aan te verbinden.

Database

Alle verzamelde teksten van geboortelepels, vaak met foto's, zijn te bezichtigen via www.walmar.nl/inscripties.asp
Een reactie posten